Kracht advocatuur
Intellectuele Eigendom en Aansprakelijkheid
IMG_0575.JPG

Blog

Juridische blog

het recht in de praktijk

Damn good Perignon!

Kunstenaars halen traditiegetrouw hun inspiratie uit de fles. In het geval van de Belgische kunstenaar Cedric Peers betreft het de flessen  van het champagnemerk ‘Dom Pérignon‘: Peers maakt schilderijen waarop die flessen in een (volgens de rechtbank: ‘suggestieve en zelf licht erotische’) context worden geplaatst. De merkhouder is niet blij.

De verhouding tussen kunstenaars en bekende merken blijft stekelig. Tegenover de wereldberoemde ‘Campbell soup’-schilderijen van Andy Warhol staan talloze rechtszaken tussen kunstenaars en merkhouders. Over het algemeen houden fabrikanten er niet van als hun merk of product in verband wordt gebracht met iets, wat dan ook, dat controverse teweeg kan brengen. Beroemd is de zaak rond de film Alicia uit 1974, waarin een vrouw masturbeert met een Coca Cola-flesje. Oorlog of seks, voor merkhouders is het allemaal even ongewenst. Ook ‘Alicia’ kreeg een rechtszaak aan de broek, met de bijbehorende publiciteit, dus het zal de film geen kwaad gedaan hebben.

Vers in het geheugen staat de zaak tussen kunstenaar Nadia Plesner en tassenfabrikant Louis Vuitton. Plesner maakte een schilderij genaamd ‘Darfurnica’, waarop een naakt zwart jongetje op zijn ene arm een roze chihuahua houdt en aan zijn andere arm een Louis Vuitton-tas draagt. Plesner wilde commentaar geven op de verhouding tussen de berichtgeving over ‘glamour’ en wereldproblemen. Later gebruikte ze de afbeelding ook op tassen. Het enige dat de juristen bij Louis Vuitton zagen, was dat het model van hun tas in verband werd gebracht met wereldleed; zij meenden dat dit de reputatie van Louis Vuitton kon aantasten en poogden Plesner via de rechter het gebruik van (afbeeldingen van) de tas te verbieden.

Enfin, de rechtsontwikkeling gaat op dit gebied niet hard, zie de huidige zaak tegen Cedric Peers dus. Juridisch gezien zit het ongeveer als volgt: tegenover het grondrecht van Dom Pérignon tot ongestoord genot van haar exclusieve rechten op het gebruik van het merk staat naar vaste jurisprudentie van het Europeees Hof voor de Rechten van de Mens (‘EHRM’) het belangrijke grondrecht van een kunstenaar om haar of zijn mening te uiten via de kunst. Hierbij geldt dat de kunstenaars een aanzienlijke bescherming genieten ten aanzien van hun artistieke vrijheid, waarbij kunst in beginsel “may offend, shock or disturb” (vgl. EHRM 25 januari 2007, RvdW 2007, 452, Vereinigung Bildender Künstler tegen Oostenrijk, r.o. 26 en 33).

In de Darfurnica-zaak oordeelde de rechter dat het van belang was dat het gebruik door Plesner was aan te merken als “functioneel en proportioneel” en dat het niet een louter commercieel doel diende. Plesner was er niet op uit om in commerciële zin mee te liften op de bekendheid van Louis Vuitton, maar gebruikte de bekendheid van Louis Vuitton om haar maatschappijkritische boodschap over te brengen. Naast de tas gebruikte ze ook een ander luxe/showbusiness-beeld in de vorm van een in roze gestoken chihuahua. Ze suggereerde niet dat Louis Vuitton betrokken zou zijn bij de problemen in Dafur. De rechter stelde dat Louis Vuitton een zeer bekende onderneming is waarvan sommige producten een aanzienlijke bekendheid genieten, die zij ook zelf via advertenties en affichering met beroemdheden aanwakkert. Dat bracht met zich mee dat Louis Vuitton zich in sterkere mate dan andere rechthebbenden kritisch gebruik moest laten weggevallen (vgl. oa. EHRM 15 februari 2005, NJ 2006, 39, Steel en Morris tegen VK, r.o. 94).

Bijna alles wat gold in de Darfurnica-zaak is vergelijkbaar met wat er geldt in de zaak tussen Dom Pérignon en Cedric Peers, zo verkoopt Peers niet alleen zijn kunstwerken maar verkoopt hij ook kleding met daarop afbeeldingen van die werken. Het belangrijkste verschil is dat het Peers juist om gaat om het afbeelden van een wereld van glamour en luxe en niet om kritiek. Waar Plesner de Vuitton-tassen gebruikte als symbool voor Westerse onverschilligheid, gebruikt Peers de Dom Pérignon-flessen en -labels juist om de ‘glamourwaarde’ die ze hebben gekregen door de marketing-inspanningen van de merkhouder. Met name bij de kleding is het mogelijk dat de afbeelding van de Dom Pérignon-flessen (en zelfs de Dom Pérignon-naam) bij het publiek de indruk kan wekken dat er ten minste een verband bestaat tussen de kleding en de merkhouder. De vraag ligt daarmee voor of Peers  merkinbreuk pleegt en/of dat zijn gebruik leidt tot ‘verwatering’ van het merk; of dat hij aanspraak kan maken op zijn uitingsvrijheid als kunstenaar?

Wat de kleding betreft, oordeelt de Belgische rechtbank dat er inderdaad sprake is van merkinbreuk. Maar bij de schilderijen komt ze er niet uit: heeft Peers daarvoor ‘een geldige reden’ die zijn gebruik rechtvaardigen kan? Onder verwijzing naar de Nederlandse uitspraak in ‘Darfurnica’, besluit de rechtbank in Brussel vragen te stellen aan het Benelux Gerechtshof over de criteria die moeten worden gehanteerd:

“Kan de vrijheid van meningsuiting, en de artistieke vrijheid in het bijzonder, zoals gewaarborgd door artikel 10 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden en artikel 11 van het Handvest van de Grondrechten van de EU, een “geldige reden” uitmaken in de zin van artikel 2.20.1.d) van het Benelux Verdrag inzake Intellectuele Eigendom?

In voorkomend geval, welke zijn de criteria die de nationale rechter in aanmerking moet nemen ter beoordeling van het evenwicht tussen die grondrechten, en het belang dat aan elk van die criteria moet worden gehecht?”

Wordt vervolgd!

(Lees het vonnis HIER. Voor de blog over Darfurnica, klik HIER of zie deze video. Vragen of opmerkingen? Stuur een email naar blog[at]kracht-advocatuur.com)

Erik de Vos