Hieronder vind u een greep uit de zaken die Kracht advocatuur de afgelopen jaren heeft behandeld. Dit zijn de meer opvallende zaken: veel geschillen worden opgelost voordat het tot een rechtszaak komt.

LINQ vs. Linqwise

Naamsverwarring

Eén van de eerste zaken bij het net geopende kantoor (2010) was voor een uitzendbureau. Het uitzendbureau (mijn cliënt) had een vrij eenvoudige naam ('LINQ'), die men had geregistreerd als merk. Er bleek zelfs een 'familie' van merken te zijn, voor telkens een nèt iets andere dienst of doelgroep.

Helaas, een concurrent bleek een variatie op de naam te hebben: het eerste deel van de naam was hetzelfde, maar daar hadden ze nog 'wise' aan toegevoegd, wat leidde tot 'Linqwise'. Linqwise was als beeldmerk geregistreerd, maar het 'beeld' bestond feitelijk uit de naam van het uitzendbureau in een krullerig lettertype. Overleg over de namen tussen de partijen zelf had niets opgeleverd.

Op verzoek van LINQ zond ik aan de concurrent een zogeheten 'Cease and Desist'-brief. Dat is - kort samengevat - een brief waarin de eiser de tegenpartij van inbreuk beschuldigt en vordert dat die inbreuk zal stoppen. Mijn cliënt wilde dat 'Linqwise' zijn naam zou wijzigen en alle verwijzingen naar de 'oude' naam zo snel mogelijk zou verwijderen. Zoals al werd verwacht, leverde een sommatie helaas niets op, zodat we 'Linqwise' voor de rechter hebben gedaagd.

In Kort Geding heb ik met succes betoogd dat de beschermingsomvang van het merk van mijn cliënt zich uitstrekte tot de naam van de wederpartij. Het argument van 'Linqwise' ging niet op dat 'linq' niets anders is dan 'link'; wat volgens hen voor een uitzendbureau een heel gebruikelijke naam (of onderdeel van een naam) zou zijn.

Uiteindelijk is de wederpartij veroordeeld om zijn naam te veranderen, alle promotie-artikelen (waaronder naamkaartjes en bloknotes) te vernietigen, en om er voor te zorgen dat de oude naam niet meer te vinden is via Google.

Het vonnis is gepubliceerd, en is onder meer hier te vinden.


Olm Bier vs. Heineken

Navullen van bierfusten

Olm Bier was een bedrijf dat werd geleid door een voormalige Heineken-manager. Olm liet zijn bier goedkoop brouwen in Duitsland, vanwaar het naar Nederland werd geëxporteerd. Het bier werd in flesjes via de gewone slijter verkocht, en in fusten via de groothandels (via bedrijven zoals Makro). Heineken beschuldigde Olm van merkinbreuk; Olm werd bijgestaan door Kracht en Spigthoff advocaten.

Olm was uiteraard niet de enige brouwer die via de groothandel fusten bier verkocht: ook fusten van Heineken werden op die manier in de handel gebracht. De grote, stalen bierfusten van Heineken en Olm waren bedoeld voor hergebruik en konden ook weer worden ingeleverd. De lege fusten werden bij de groothandel gesorteerd en daar opgehaald door de verschillende brouwers. Bij dat sorteren ging het nog wel eens mis, zodat Heineken en Olm regelmatig elkaars fusten kregen, wat ertoe leidde dat de brouwers van tijd tot tijd met elkaar fusten ruilden. Ook werd het nogal eens opgelost door na het hervullen een (tamelijk grote) sticker van het eigen merk over een eerdere sticker van de ander te plakken. Al was op de Heineken-fusten het merk 'Heineken' ook in het staal gestanst.

Heineken beschuldigde Olm ervan dat Olm de opnieuw gevulde fusten verkocht alsof het om Heineken ging. En niet alleen de fusten: Olm ging met een tankwagen langs café's en vulde daar biertanks in de kelders met Olm bier, ook al hadden die café's eigenlijk een contract met Heineken.

In kort geding stelde Heineken dat het navullen van de fusten een inbreuk betekende op haar merkrecht. Die stelling was in de Nederlandse jurisprudentie al aanvaard, maar toevallig was er op dat moment nèt een uitspraak van het Europese Hof van Justitite ('HvJ EU'), waarin gezegd werd dat als gastankjes gevuld met gas werden verkocht èn 'in eigendom werden overgedragen', het navullen van zulk soort tankjes géén merkinbreuk betekende. Wij voerden dit arrest aan ter verdediging van Olm. Ook deze bierfusten, zo stelden wij voor de rechter, worden door de groothandel verkocht aan een derde; dat de fusten kunnen worden teruggebracht (tegen statiegeld) betekent niet dat de kopers er geen eigenaar van zijn geworden. In de Nederlandse jurisprudentie was al een keer uitgemaakt dat dit bij bierflesjes het geval is.

Helaas, de rechter oordeelde - nogal kort door de bocht - dat Heineken in de algemene verkoopvoorwaarden een eigendomsvoorbehoud maakte bij de fusten. De 'koper' was dus geen eigendom geworden van de fusten, maar alleen van het bier. Olm werd in het ongelijk gesteld.

Deze zaak steekt tot op de dag van vandaag: maar Olm kon en wilde niet in hoger beroep, zodat het helaas hierbij is gebleven. De Olm-directeur begon een nieuw bedrijf.

De zaak is uitgebreid in het nieuws geweest, en zorgde voor ophef in de bierwereld. Voor het vonnis zie: rechtspraak.nl. En zie ook mijn vlog.


Femmes For Freedom vs. de Blijf Groep

Ongunstige publiciteit of onrechtmatige publicatie?

In deze zaak stond de volgende vraag centraal: onder welke voorwaarden mag een actiegroep slecht nieuws verspreiden over een andere partij?

In de loop van 2015 was ophef ontstaan rond de voormalige 'Blijf van m'n lijf'-huizen (tegenwoordig 'De Blijf Groep'), waar vrouwen worden opgevangen als ze door een gewelddadige partner niet langer thuis kunnen wonen. Sommige vrouwen in de opvang (aangeduid als 'de klokkenluiders') hadden de publiciteit gezocht om te klagen over misstanden in de huizen van 'De Blijf Groep', met verhalen over prostitutie, ongedierte en algehele armoede. In lokale en landelijke kranten begonnen daarop stukken te verschijnen over de omstandigheden in de opvanghuizen, en die publicaties leidden tot vragen in de gemeenteraad Haarlem en uiteindelijk zelfs tot vragen in de Tweede Kamer.

Daarbij hadden de vrouwen een pleitbezorger gevonden in stichting 'Femmes For Freedom', die op haar website stelling nam tegen de manier waarop de vrouwenopvang in Nederland geregeld is. De Blijf Groep was niet blij met alle aandacht: op haar eigen website gaf ze commentaar op de verwijten van de vrouwen. Maar de Blijf Groep begon ook dreigende brieven te versturen: naar de klagende vrouwen en naar Femmes For Freedom. Femmes For Freedom wendde zich tot Kracht voor bijstand.

Op de vooravond van Kerstmis 2016 ontmoetten de partijen elkaar bij de voorzieningenrechter Den Haag. De Blijf Groep stelde - kort samengevat - dat Femmes For Freedom een ongerechtvaardigde inbreuk maakte op de goede naam van de Blijf Groep en haar opvanghuizen. Namens Femmes For Freedom betoogde ik - kort samengevat - dat het haar vrij staat om een mening te hebben en ook om die uit te dragen, zolang die mening redelijkerwijs onderbouwd is. Stichting Femmes For Freedom baseerde haar uitlatingen op de verhalen van de klokkenluiders, op de publicaties in de pers, en op bepaalde rapporten die inmiddels (mede op verzoek van de Blijf Groep) waren opgesteld. Het verwijzen naar rechtmatige publicaties om een stelling te onderbouwen, is - uiteraard - niet onrechtmatig.

Kort en goed: Femmes For Freedom werd door de rechter volledig in het gelijk gesteld. Een kleine overwinning voor de vrijheid van meningsuiting.

Voor het vonnis, zie rechtspraak.nl. Voor een stuk in de Volkskrant dat de woede van de Blijf Groep opwekte, volg deze link.